Bachelor 1
Bachelor 2
Bachelor 3
Bachelor 4

Dit onderdeel van de website gaat over het Urbanism-mastervak AR1U130 SUET, wat staat voor Sustainable Urban Engineering of Territory. Hieronder volgt een beschouwing van de ontwerpprojecten uit de eerste vier bachelorsemesters, waarbij een genummerde lijst met diverse onderwerpen wordt aangehouden. Per nummer wordt het meest interessante semester behandeld.

1) Earlier design work

Semester 1 Bachelor 1
Havenwijk, Akersloot

Herontwikkeling en uitbreiding van een verouderde woonwijk. Ruimtelijk, minimalistisch, natuurlijk en rustiek.
Semester 2 Bachelor 2
Kassencomplex, Leiden

Nieuw ontwerp kassencomplex voor Hortus Botanicus Leiden. Modern, open, licht, vernieuwend en contrasterend.
Semester 3 Bachelor 3
Nieuwbouw Staart, Dordrecht

Herbestemming industriegebied Kop van de Staart, Dordrecht. Ruimtelijk, divers, licht, goedkoop en efficiënt.
Semester 4 Bachelor 4
Stadsdeelkantoor, Amsterdam

Nieuw stadsdeelkantoor in Amsterdam Amstel, bij de RAI. Toegankelijk, ruimtelijk, licht en functioneel.
2&3) Sun (Bachelor 3)
Een van de planeisen voor de nieuwbouwwijk op de Kop van de Staart is een minimale FSI van 1,5: voor elke vierkante meter grondoppervlak moet anderhalve vierkante meter vloeroppervlak worden gerealiseerd. In dit ontwerp bevinden zich rijen huizen met tuinen op het oosten of westen binnen een U-vormig bouwblok, zoals rood gekleurd op de plattegrond, van 7 verdiepingen.

Wat gebeurt er met de bezonning op de binnenplaats? De gebouweigenschappen invullen in de sunsheet leert dat de binnenplaats te donker is in de X-richting, W-O. In de N-Z-richting wordt geen waarschuwing gegeven, maar zelfs hartje zomer is er schaduw in de tuinen.

Bij dit ontwerp is duidelijk te weinig rekening gehouden met bezonning. De huizen en hun tuinen liggen vaak in de schaduw, de binnenplaats is donker, slecht voor flora en fauna maar ook de veiligheid. Optimaal gebruik van zowel actieve als passieve zonne-energie speelt een groeiende rol en zal nu navenant worden behandeld.

4&5) Plantation (Bachelor 1)
In dit plan speelt openbaar groen een belangrijke rol. De bomen langs de weg moeten een statig beeld geven, terwijl langs het sportveld vooral beschutting nodig is.

Onder Akersloot vinden we zeekleigrond en veengrond, natte grond dus. Wanneer in Excel wordt gekozen voor het statige G-silhouet voor een halfdichte boom in vochthoudende grond is de populier een goede keus. Gunstig: na 20 jaar is de boom reeds 15 meter hoog.

Voor langs het sportveld zijn dichtere bomen nodig. De haagbeuk (fastigiata) is dicht en geschikt voor vochthoudende leemgronden, maar gemarkeerd als straatboom. De (gewone) esdoorn ligt als straat- en parkboom wellicht meer voor de hand als veldrand.

In de toekomst is het beter om direct bij het ontwerpen van groen na te denken over de functie ervan. Door de eigenschappen te inventariseren en in kaart te brengen is dit uitstekend mogelijk geworden.

6&7) Wind (Bachelor 4)
De windsnelheid in Amsterdam is gemiddeld 5,5 m/s en het gebouw is 46,2 meter hoog en 50,4 meter breed. Met een ruwheid van 7 (1-8) levert dat een force op van 8000 kgf. Om het gebouw zelfvoorzienend te maken met windenergie (ongeveer 100 huishoudens) is 656 vierkante meter turbineoppervlak nodig bij een straal van 14,4 meter. Dit is bepaald geen realistische optie.

Gebruik maken van windenergie vraagt veel ruimte, is afhankelijk van de grillen van de wind en levert bovendien minder op dan bijvoorbeeld zonne-energie. Dit is dan ook een logischer keus voor de toekomst.

8&9) Noise (Bachelor 1)
Verkeersgeluid past niet in het rustieke straatkarakter. Na het invullen van de straatgegevens komt het gemiddeldegeluidsniveau op oorhoogte uit op 50 dB(A), vergelijkbaar met een gesprek op 1 meter afstand. Kiezen voor een speciale asfaltsoort is dus niet nodig.

Een acceptabel geluidsniveau hangt af van het wegtype. Een snelweg produceert meer lawaai dan een woonerf. Aangezien er steeds meer bij snelwegen gebouwd wordt hebben slimme oplossingen de toekomst, zoals hoge kantoorgebouwen als geluidswal of gevelbegroeiing als geluidsbuffer. Dat biedt meer mogelijkheden dan het kiezen van een andere asfaltsoort.

10&11) Water (Bachelor 3)
Dordrecht ligt aan de Oude Maas, in feite een zijtak van de Waal. Bij de Staart is de rivier zo'n 300 meter breed. De gemiddelde diepte is 9,45 meter (VROM), waarmee de doorsnede uitkomt op 300 * 9,45 = 2835 vierkante meter. Excel geeft een iets lagere waarde (2700) aan. Daarbij hoort een waterverplaatsing van 4365 kubieke meter bij een snelheid van 1,6 meter per seconde.

Vanwege de aangekondigde stijging van de zeespiegel wordt waterhuishouding steeds belangrijker, zeker in een land als Nederland. Bij nieuwe projecten zoals de Waalsprong in Nijmegen wordt hier al rekening mee gehouden. Deze aandacht zal steeds verder toenemen.

12&13) Traffic (Bachelor 1)
Tijd voor een iets diepere kijk op de laan in Akersloot. Met ruim 100 bewoners is dit een residential street met een ruime opzet (profielbreedte). De weg kan smal blijven vanwege het eenrichtingverkeer. De capaciteit is 1000 auto's per uur, de verwachte intensiteit 10 auto's. Bij 30 km/u blijkt de capaciteit optimaal: 1781 auto's.

Het fileprobleem is groot in Nederland, en de discussie over de oplossingen is hevig. Het verlagen van de maximumsnelheid (A13 bij Overschie) is geen succes. Meer asfalt is slecht voor het milieu en het openbaar vervoer is niet betrouwbaar en comfortabel genoeg. Een belangrijk vraagteken voor de nabije toekomst.

14&15) Earth and soil (Bachelor 2)
De Hortus Botanicus ligt in het centrum van Leiden. De bodemsamenstelling is enigszins complex met zeeklei, jonge rivierklei, veengrond en zandgrond. Dit is cruciaal bij nieuwbouw, zeker ondergronds (grondwater, fundering, etc.). Ook de groenkeuze hangt er vanaf. Voorzichtigheid en inventiviteit zijn hier geboden.

Nederland is al dichtbevolkt en er wordt druk gebouwd. Steeds vaker worden onconventionele locaties gekozen, bijvoorbeeld op of in het water (ook windmolenparken of waterkrachtcentrales). De bodem draagt de historie van de plaats met zich mee en mag die ook uitdragen.

16&17) Land preparation, cables and pipes (Bachelor 1)
Waar de nieuwbouw in Akersloot zal verrijzen bevindt zich nu nog een verouderde woonwijk. Na de sloop blijft een braakliggend terrein over, waaronder alle leidingen en kabels al aanwezig zijn. Door daar zoveel mogelijk op aan te sluiten kan geld worden bespaard. De volwassen begroeiing op plaatsen waar groen ontworpen is moet zoveel mogelijk worden behouden.

In de toekomst kan het gebruik van kabels en leidingen worden teruggebracht door zelfvoorzienend te worden. Internet, telefoon en televisie kunnen draadloos, stroom kan worden opgewekt, water kan worden gereinigd en deels hergebruikt. Deze onderwerpen zullen meer en meer een leidende rol krijgen bij nieuwe ontwerpen.

18&19) Life (Bachelor 2)
De oppervlakte van de Hortus is ongeveer 6 hectare. Derhalve zouden er ongeveer 15 vogelsoorten zijn binnen een straal van 138 meter. Het dubbele aantal van 30 soorten wordt pas gehaald bij 100 hectare park, terwijl er bij 1 hectare al 5 soorten zijn. Het loont dus om in stedelijk gebied kleinere parken aan te leggen.

Groen is een vast onderdeel van een stedenbouwkundig plan. Naast recreatie en visuele kwaliteit biedt het ook ruimte aan allerlei soorten flora en fauna. Het groen verbinden in een netwerk stimuleert deze activiteit. Zowel bij nieuwe projecten als bij opwaardering is de groenstructuur een onderwerp van analyse en ontwerp.

20&21) New legends (Bachelor 3)
De groenstructuur passend bij een stedenbouwkundig ontwerp is afhankelijk van het ambitieniveau (formaat). De Kop van de Staart is gedefinieerd als hamlet, een buurt met ongeveer 1000 inwoners. Er zijn wenselijke afstanden gedefinieerd tot groene ruimte. Het grootste park op de Kop van de Staart, het schiereilandje aan de zuidkant, is een kleine 35.000 vierkante meter groot (0,035 vierkante kilometer). Het is een neighbourhood park, qua formaat passend bij een hamlet. Op ongeveer 300 meter van de Kop bevindt zich het Wantijpark, ongeveer 0,3 vierkante kilometer groot (district park).

Zoals bij Life ook al aangegeven is de groenstructuur erg belangrijk in het stedelijk weefsel. Door voldoende groen te realiseren voor de bewoners zal de leefkwaliteit stijgen en het aantal verplaatsingen dalen.

22&23) Living, density (Bachelor 3)
We blijven even bij de Kop van de Staart in Dordrecht. Een FSI van 1,5 is de eis, maar wat betekent dat voor de gebouwtypen? Nu is gekozen voor bouwblokken van 7 verdiepingen, huizen van 2, urban villa's van 4 en een grote woontoren van 30. Bij middelen op 5 verdiepingen is 30% bebouwd en 70% open ruimte, dik tweederde. Een mooie verhouding, bij 3 verdiepingen is al de helft van de grond bebouwd en bij 7 raakt de balans al zoek.

Bij een FSI-eis is de gekozen bouwtypologie van groot belang. Teveel open ruimte met te hoge gebouwen (Ville Radieuse, Bijlmermeer) werkt niet, maar er moet wel genoeg open ruimte overblijven. Variatie gebaseerd op de locatie-eigenschappen en doelgroep is het devies.

24&25) Environment (Bachelor 2)
Wat is de invloed van een verwarmde kas op de directe omgeving? Volgens het diagram is 10 meter afstand voor mixed areas voldoende. Aan de noordkant van de huidige kas bevindt zich slechts een smal paadje naar het nabijgelegen gebouw van een stichting. Wanneer ook schadelijke stoffen of gassen worden opgeslagen is de vereiste afstand een veelvoud van 10 meter. Mijn ontwerp is ruimer en werkt met ondergrondse opslag.

Milieu en veiligheid zijn hot tegenwoordig. Kernenergie is schoon, maar waar laten we het afval? De aarde warmt op maar wat is een alternatief voor de fossiele brandstoffen? Er zijn veel duurzame mogelijkheden en slimme oplossingen denkbaar op elke schaal, zoals het ingraven van kassen voor veiligheid en energiegebruik.